Autobiografie Sylvia Roording; “Opgeven! Ammenooitniet!”

Een hele uitdaging! Na de uitzending van het programma: Sylvia het mooiste meisje van de klas, besloot ik mijn leven op te schrijven. De eerste woorden streken op mijn papier. De eerste bladzijden van mijn Autobiografie.

LINK NAAR PROGRAMMA, KLIK HIER.

Naar mijn weten was ik beslist uiterst hoopvol en optimistisch geboren. Stellig positief kwam ik ter wereld. De werkelijkheid was klaarblijkelijk een ander verhaal.    Ik was een moederkoekje volgens de artsen. Dat verklaarde hoogst waarschijnlijk ook mijn bijnaam snoepie, Ik was al vanaf mijn geboorte verzot op alles wat zoet was. Schooien kon ik als de beste, zoals een klein opgewekt hondje, kwispelend en vooral uitgekookt geduldig wachtend op haar deel. Vervolgens verzon ik behendig een gedegen voorstel om uiteindelijk het deel van een ander te veroveren. Nadat de artsen erachter waren dat ik geen koekig nageboorte bleek te zijn, werd er in alle paniek plaats gemaakt voor nog een bevalling. Na een gehele bloedtransfusie werd ik uiteindelijk naast mijn 10 minuten eerder geboren zus Dayenne neergelegd.

Dus eigenlijk bleek ik een grote verrassing te zijn! Dat zou natuurlijk ook een reden kunnen zijn dat ik mijn hele jeugd een uitstraling van een opgewekt verrast toetje bezat. Een gelaatsuitdrukking die zorgde voor een altijd grootse welkomstbeleving. Want de bejubelende geboorte-ervaring wilde ik immers telkens intens herbeleven. Ook in de kinderwagen was altijd een groot avontuur, zoals mijn moeder dikwijls vertelde. Wij zaten in een tweelingwagen naast elkaar. Gewoon even snel boodschappen doen was er niet bij, mijn moeder liep door de straten van Nijmegen en elke voorbijganger bleef even staan en begroette ons met juichende woorden. Na uren van tijdrovende betutteling kwamen wij uiteindelijk weer thuis. Vervolgens in de box, die wij met zijn tweeën deelden, gaf ook meestal de nodige hilariteit. De ruimte die ik mijzelf toebedeelde was uitermate veel groter dan die van Dayenne.  Mijn aandacht reikte ver, zodat zij voor mij een ultieme uitdaging werd en ik veelvuldig gebruik van haar maakte om de box uit te klauteren.

Toen wij anderhalf jaar oud waren, beviel mijn moeder nog een keer van een tweeling. Je kunt je wel voorstellen dat het hier weer een grote verrassing betrof. Plots waren wij met z’n vieren! Broertje Patrick en zusje Esther, Dayenne en ik. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd, moet ik vroeger al gedacht hebben, nu had ik het voor het uitkiezen. Mijn moeder, wij noemden haar gelijk al Elly, was niet alleen een bijzonder mooie verschijning, maar zij beschikte ook over een krachtige en vooral bliksemsnelle feel-good relativeringsvermogen. Zij kon elk verdrietje Linéa directe naar iets positiefs ombuigen. Ik kan mij goed herinneren dat zelfs naar bed gaan een feestje werd. Nadat Elly ons meedeelde dat het bedtijd was, hoorde je eerst een bijna fluisterend gekreun en gesteun opkomen, maar voor dat wij er zelf erg in hadden, liepen wij giechelend en gierend naar boven. Zeer voldaan, na een heel spel spektakel op de trap, belandden wij uiteindelijk braaf en heel tevreden in bed.

Tot mijn vijfde jaar was het leven net een grote speeltuin, waarin ik af en toe van de glijbaan gleed en mijn billen bezeerden, doordat ik te snel afdaalde en met een harde plof op de verharde zandbodem belandde. Waar het huilen mij nader stond dan het lachen, om vervolgens glimlachend en triomfantelijk weer een poging te wagen op een onverbeterde herkansing.

In 1970 verhuisden wij naar Hauenhorst in Duitsland. Van de verhuizing kan ik mij vrij weinig herinneren. Alleen het huis waarin wij woonden en vooral de keuken. Aan de muur zat een groot paars blad bevestigd, dat uitgeklapt werd als wij gingen eten. Waarschijnlijk kan ik mij dat nog goed herinneren, omdat ik een van de slechtste gezonde eters was. Ik lustte bijna niets, behalve als het lekker zoet was. Meestal nam ik dan een paar happen aardappelen en groenten, die Elly zoals gewoonlijk tijdens mijn alledaagse eet getreuzel bliksemsnel verplaatste naar het,”wel opeet deel,” van mijn bord. Daarnaast stond doordacht mijn toetje, waarnaar ik tijdens mijn omslachtige ‘wegwerk’ taferelen smachtend uitkeek. Daarna mijn stukje vlees. Vanwege mijn traagzame handelingen bezorgde ik uiteindelijk iedereen een langdurig en vooral geestdodend tijdverdrijf. Uiteindelijk at ik dan gulzig en trots met alle zegen mijn toetje. Amen!

Onze vader die ik hoogst opmerkelijk nog niet genoemd heb, kan ik mij tot mijn vijfde levensjaar bijna niet herinneren. Het enige wat mij over hem is bijgebleven, zijn de nachten dat ik wakker lag van zijn harde zware stemgeluiden, die in de loop van de avond steeds indringender en scherper werden. Ook hoorde ik mijn moeder, haar stem bezat verdrietige troosteloze klanken die op het moment van verheffen meteen werden gesmoord door de zware massieve tonen van mijn vader. Deze galmende geluiden vormden zich dan samen tot een melancholisch muziekstuk. Dit smart duel bracht mij niet alleen in een bedroefde stemming maar het raakte ook mijn fijne gevoelige snaren die nog niet eerder zo gespannen waren geweest. De valse knarsende noten klonken en drongen door tot in de diepten van mijn onrijpe binnenste. Tranen branden in mijn ogen die op den duur uiteenbarstte evenals het verloop van een golf die zijn breekpunt heeft bereikt. Deze nachtelijke muziekstukken eindigden met troostende teksten geschreven door Elly. Deze solo’s zorgden er gegarandeerd voor dat ik telkens met een big-smile in slaap viel.

In 1973 verhuisden wij naar Oldenzaal vanaf die tijd veranderde er veel. Ook gingen wij naar de basisschool, ik vond het allemaal reuze spannend. Wat vooral bijzonder opviel, was dat er een aangename rust heerste in huis. De boze avonden waren compleet verdwenen en er hing een constante harmonie in huis. Waardoor deze ontstaan was, had ik niet gelijk in de gaten. Door alle nieuwe indrukken, besefte ik pas later dat ik mijn vader al een tijd niet had gezien. Wij hadden hem helemaal niet gemist en wij spraken er ook niet over. We hadden weliswaar een andere bijzondere aangename verrijking. Op de donderdagen kwam Rob, de buurman uit Hauenhorst. Wij kenden hem en zijn vrouw Thea goed, want wij speelden vaak met hun drie kinderen. Wij vonden Rob erg aardig en hij straalde ook een zekere rust uit, die als een warme deken over ons heen viel. Niet veel later kwam hij ook in de weekenden. We ondernamen veel met z’n allen en de kinderen van Rob kwamen ook altijd mee. We maakten grote boswandelingen en we gingen naar pretparken. Bovendien gingen we ook met z’n allen 6 weken naar Spanje en Thea inmiddels de ex-vrouw van Rob en haar nieuwe vriend Henk gingen ook mee. Elly, Rob en Thea en Henk en zeven kinderen. Ik herinner mij die jaren dan ook als een feel-good happy familie periode.

 AUTOBIOGRAFIE  SYLVIA ROORDING  VERVOLG 2


Mijn biologische vader zagen wij nog een paar keer, maar het contact met hem verwaterde. Soms vroegen wij naar hem, Elly zei dan tegen ons dat wij gewoon naar hem konden vragen wanneer wij daar behoefte aanhadden. Ik denk dat zij ons niet wilde belasten met haar verleden met onze vader. Ze sprak uit haar zelf nooit over hem. Geen goede maar ook geen kwade woorden. Hij was compleet gewist uit haar zorgvuldig geselecteerde praktische vocabulaire. Mijn zienswijze over mijn vader, dat hij een boze dominante man was met een harde zware stem bleef ongewijzigd, de zware gestemde nachten stonden immers nog sterk in mijn geheugen gegrift.

Terugkijkend naar deze periode, ervoer ik destijds kortstondige maar tevens intense momenten van overbezorgdheid. Elke keer als wij niet bij elkaar waren voelde ik mij onrustig. Ik was altijd bang dat er iets ergs zou gebeuren en dat ik iemand zou kwijtraken. De angst om iemand te verliezen was groot. Mijn ervaring dat er zomaar iemand niet meer terugkwam, zoals de plotselinge verdwijning van mijn biologische vader bezorgde mij angstige momenten. Mijn gedachten hierover begonnen dan gelijk een eigen leven te leidden Wanneer Elly en Rob boodschappen gingen doen, wachtte ik net zolang voor het raam tot zij weer terug kwamen. Ik stond daar voor mijn gevoel uren te staren. In mij voelde ik een leegte die langzaam groter werd en groeide totdat er geen plaats meer was voor mijn onbezonnenheid, waardoor mijn angsten de leegte konden voeden en uiteindelijk mijn gedachten konden overheersen. Deze momenten onderging ik ook wanneer Dayenne, Patrick of Esther verdrietig of weg waren. Verdrietige momenten en logeerpartijtjes waren eigenlijk niet voor mij weggelegd door mijn extreme teergevoeligheid. Daarentegen liet ik die gevoelens niet te lang de boventoon voeren. Hoogstwaarschijnlijk bleek ik, net als Elly, ook een gave te hebben voor het snel psychologisch herkaderen van negatieve gevoelens. Zodoende beleefde ik over het algemeen veel meer happy moments dan verdrietige gevoelens.

Voornamelijk weet ik nog dat ik mij veel liet verrassen, ik vond zoveel dingen prachtig en wonderlijk. Deze emoties voerden destijds de boventoon. Ik voelde mij vaak een prinsesje in een mooi sprookje. Soms was ik een stoer prinsesje, dan koos ik weer voor een lief prinsesje. Het stoute koos ik werkelijk nooit. Boosheid stond niet op mijn verlanglijstje. Ik kon figuurlijk hele bruggen verplaatsen om elke vorm van boosheid te ontwijken. Ik kan mij ook bijna geen ruzies herinneren, doordat wij allen deze emotie stellig vermeden. Bij ons was het altijd gezellig! tussen de vele dragers, de pijlers en funderingen, van de door ons zelf gecreëerde welgevormde en bovenal creatieve constructies, van al onze geslagen bruggen. Halleluja! Echt een stevig bouwwerk! Nou en of! Het werkt nog steeds!

De verhuizing naar Dronten in 1977, ik was toen 9 jaar, bracht weer grote veranderingen met zich mee. Wij hadden er allemaal wel wat moeite mee. Het staat mij nog heel goed bij dat wij allen verhuisziek waren. Deze rare vorm van griep zorgde er zelfs voor dat we later begonnen op onze nieuwe school. Geleidelijk aan verkenden wij onze nieuwe omgeving. Dronten was toen wij er kwamen wonen nog een klein dorp met ongeveer 16.000 inwoners in de provincie Flevoland. De inwoners kenden elkaar zodat zij dan ook snel op de hoogte waren wanneer er nieuwe inwoners kwamen. We werden zelfs hartelijk verwelkomd door de nieuwe buurt. Er woonden veel kinderen van onze leeftijd en nieuwe contacten werden snel gelegd. De meeste kinderen in onze buurt zaten ook op de school waar wij naartoe gingen. Wij werden door deze nieuwe vriendjes op onze eerste schooldag van thuis opgehaald en naar school gebracht.

Patrick, Dayenne en ik gingen naar de derde klas en Esther zat een klas lager. Dat wij met z’n drie-een in dezelfde klas zaten was niet alleen een buitengewone omstandigheid,  het gaf ons bovendien een aanzienlijk gevoel van veiligheid in de nieuwe situatie. Ik voelde mij vrij snel op mijn gemak en ik legde moeiteloos contacten. Ik was een spontaan en vrolijk meisje en ik vond iedereen leuk en aardig. Ik kon ook uiterst verbaasd zijn als iemand zonder verklaarbare reden niet aardig was. Ik kon dat gewoon niet bevatten en voelde mij om die reden ook totaal niet aangesproken. Onbewust werd die boosheid simpelweg niet door mij ontvangen, waardoor de lading oploste en prompt verdween voor mijn onschuldige naïeve gezicht. Met de tijd besefte ik wel dat ik jongens veel praktischer vond dan meisjes. Jongens waren voor mijn gevoel veel makkelijker in omgang. Meisjes werden snel jaloers en boos en zeurden om niets.

Buiten schooltijd ging ik dan ook meestal met jongens om. Ik speelde het liefst lekker buiten. Na schooltijd bracht ik mijn tijd door met het bouwen van hutten en met het spelen op de akkers van de boeren. Dronten was daarvoor de aangewezen plek, het dorp ligt immers midden in een vlak uitgestrekt poldergebied. Vanwege het oorspronkelijk agrarische karakter bestonden de inwoners voornamelijk uit boeren. De mentaliteit van deze mensen was merkbaar anders dan die van ons. Daardoor realiseerde ik mij destijds, dat mensen niet gelijk aan elkaar waren en dat er verschillende geloofsovertuiging bestonden. Ik ontdekte ouders die andere opvoedingswaarden en regels hanteerden. Daaruit bleek dat mijn familie grotendeels niet aan de standaard normen voldeden. Dat mijn moeder gescheiden was bleek een gevalletje: o, wat erg! en werd op school een leeronderwerp en behandeld onder het thema: “en wat nu?” Wij kregen ook vaak te horen dat het noemen van de voornamen van je ouders iets wonderlijks bleek te zijn en dat wij een veel te vrije opvoeding genoten. Al deze nieuwe inzichten zorgden ervoor dat ik mij steeds dankbaarder ging voelen. Ik dankte god op mijn blote knieën voor het schenken van deze wonderlijke moderne moeder Elly en mijn nieuwe vader Rob.

Met mijn inmiddels opgedane kennis, dat niet iedereen in het bezit was van zulke wonderlijke ouders, leerde ik zonder dat ik het meteen doorhad nog meer over de mentaliteit van het dorp. Doordat ik vaak met jongens speelde, merkte ik dat deze omgang ook niet gewoon was. Het werd mij nu ook duidelijk dat er nog meer verschillen bestonden, de verschillen tussen jongens en meisjes, wel te verstaan! Er heerste een uitermate gespannen sfeer omtrent de omgang tussen deze twee seksen. Ik zag jongens gewoon als leuke speelkameraden, waar je af en toe ongecompliceerd mee kon stoeien. Ik zat op judo en ik was dol op een potje ravotten. Ik vocht dan ook tegen de jongens, want door mijn fanatieke karakteristieke moves, raakten de meiden totaal in paniek en belandden zij uiteindelijk huilend op de mat. Om deze chaotische momenten te voorkomen, besloot de leraar om mij niet meer met meisjes te laten judoën.

Mijn kijk op jongens was: Jongens hadden een piemel en waren niet zo soft, verder zag ik geen verschil. Maar daar bleek niet iedereen zo over te denken. De meisjes van mijn leeftijd, ik was inmiddels elf jaar, zagen er wel anders uit dan ik. Zij waren veel groter en voller. Zij hadden borsten en al haartjes onder hun oksels en op hun schaambeen. Ik had niets van dit alles. Ik was klein en dun en had kleine tepels die nog lang niet van plan waren om te groeien. De meeste meiden waren ongesteld en daar kon ik mij niet eens wat bij voorstellen. De jongens waren over het algemeen ook veel groter dan gemiddeld. Het leken soms al volwassen mannen. De jongens waar ik mee omging waren veel jonger dan ik of ze kwamen niet uit Dronten. Wat voor mij een spel leek, bleek voor vele jongeren meer op een seksueel getinte uitdaging. Daar kwam ik achter doordat zij beweerden, dat ik met verschillende jongens had gevreeën. Ik hoorde de woorden fluisterend als ik door de straten liep.  Ik zag de vingers die naar mij wezen en de afwijzende blikken die mij raakten. Ik ontdekte een gevoel van schaamte die zich steeds meer ontwikkelde en mij stilletjes diep van binnen deed huilen. Ik wist wat ze met vrijen bedoelden. Maar mijn geest en lichaam waren daar nog lang niet aan toe. Ik begreep niets van deze weerklanken, ik verstond niet de taal die zij spraken. Dit gevoel werd mijn geheim, ik stopte het weg, ver weg van mij vandaan. Niemand zou ik vertellen dat ik mij schaamde voor iets wat ik niet heb gedaan.

Thuis vergat ik alles, Rob had van de zolder twee kamers gemaakt. Dayenne en ik deelde de kamer. Een gordijn scheidde de kamer en zo hadden wij ieder ons eigen deel. In mijn kamer voelde ik mij veilig en ik beleefde vaak momenten van intens geluk. Ik voelde mij zo blij dat ik geboren was en in gedachten bedankte ik mijn vader en mijn moeder en het feit dat ze ooit samen waren geweest. Ik kon lachend in de spiegel kijken en tevreden zijn over mijzelf. Wat een bijzondere momenten, denk ik nu. Ook de zondagen waren bijzonder. Elly en Rob werkten allebei en op de zondagen waren wij met z’n allen bij elkaar. Meestal logeerde de kinderen van Rob ook bij ons. Elly bakte altijd een lekkere taart en aan het ontbijt en avondeten werd ook veel aandacht besteed. We gingen ook vaak boswandelingen maken of naar het strand lekker uitwaaien.

Soms bleven wij gewoon thuis, ‘s ochtends als ik opstond ging ik triomfantelijk naar beneden. Dayenne zat meestal al op de bank met een kopje thee en ik plofte dan naast haar neer. Zij is mijn tweelingzus, maar onze karakters verschillen enorm van elkaar. Mijn opgewekte uitbundige karakter en haar sobere ingetogenheid zorgden soms voor een groot verschil in gewaarwording. Ik was sensatiebelust en zij zocht de stilte. Als ik buiten speelde was zij binnen. Zij koos voor het toeschouwen en ik het beleven. Ook al zei ze niets, haar aanwezigheid was meestal voldoende voor mij. Door haar stilte ondervond ik een zekere rust. Door haar aanwezigheid voelde ik mij vaak compleet.

 AUTOBIOGRAFIE SYLVIA ROORDING  VERVOLG 3

Zelfs wanneer zij haar veel voorkomende lijdende gedachten uitsprak zei ze in mijn ogen niets verkeerds. Mijn band met haar voelde altijd al heel speciaal. Menigmaal voelde ik haar heel dichtbij, maar door onze verschillen voelde ik heel soms een afstand. De momenten dat zij ver weg was in haar gedachten, vond ik moeilijk doordat ik haar niet wist te bereiken. Ik keek naar haar en zag haar starende blik. Ik zag haar bedroefde ogen en haar pruilende lippen. Wat er allemaal door haar hoofdje ging kon ik destijds niet begrijpen. Ze was vaak alleen en ik voelde haar verdriet. Ik wilde haar zo graag helpen. Terwijl ik naar haar keek, vroeg ik mijzelf vaak af waarom ze zich zo afzonderde en ik stelde mij de vraag of haar iets overkomen was, waar ik niets van af wist. Over ons verdriet werd gewoonweg niet gesproken. De emoties verdriet en boosheid waren inherent aan elkaar verbonden, zodat wij deze bijna altijd onbewust ontweken. Niet veel later ondervond ik zelf dat niet alles in het leven vlekkeloos verliep en dat bepaalde gebeurtenissen je ook zomaar kunnen overkomen. Dat verdriet je uit het niets kon overmeesteren. Soms betrapte ik mijzelf, dat ik net als zij, starend voor mij uitkeek en dacht dat niemand mij zou kunnen helpen.

Deze momenten waarbij ik mijn gevoel van onzekerheid een eigen leven liet leidden waren schaars, doordat ik mijn focus onbewust richtte op het streven naar mijn doel. Uren kon ik fantaseren over mijn toekomst, waarin ik eindeloos kon dobberen, om vervolgens mijzelf onder te dompelen in een vol bad. Een groot bad, gevuld met roem, devotie en luxe. Uren bracht ik door in een mijn eigen fantasie en samen met mijn vriendinnen speelde ik deze rol in de overtreffende trap. Door mijn enthousiasme besmette ik mijzelf met een hevige koorts van opgewondenheid. Mijn levenslust was ontembaar. Mijn verlangen naar de “grote prikkelende wereld”, groeide tot ongekende hoogten. Mijn droom om later beroemd te worden, leek soms al mijn waarheid. Tot mijn elfde levensjaar speelde ik mijn eigen leven, waarin ik de hoofdrol had. Ik trok zelf aan de touwtjes en dacht dat het vanzelfsprekend was.  In deze tijd werd ik soms wakker geschud door mijn “geheimpje”, Mijn schuldgevoel, die soms helaas in een grote dosis mijn hersens bereikte. Een gevoel dat ik mijzelf onwetend had aangemeten. In de loop van de tijd begon mijn gevoelswaarde te krimpen en mijn onzekerheid te zwellen, door de omstandigheden die ik ongevraagd beleefde.

In de weekenden kwamen de kinderen van Rob, twee jongens, Robert en Fetze, zij hadden onze leeftijd. De dochter van Rob was ouder dan ik, zei heet Pascale. Zij was al een hele dame en veel rijper dan wij. Ik ging vaak met haar om. Zij had inmiddels een hoop vrienden gemaakt in Dronten en voornamelijk waren dat jongens. Pascale was een mooi meisje met lang blond haar en zij viel enorm op in ons dorp. Soms ging ik met haar mee naar haar vriendenclubje, die zich verzamelden bij de barakken, dat waren grote houten hutten naast het industrie terrein. Daar zag ik ze allemaal bier drinken en ik zat er een beetje bij. Ik was natuurlijk veel jonger. De grote jongens plaagde mij wat en bouwden hun eigen feestje. Ik keek ernaar en ik vond het wel grappig om te zien hoe ze met elkaar omgingen. Mijn stiefzus zag ik wat zoenen met een jongen en ik moest daar wel om giechelen. Deze feestjes waren er elk weekend en Pascale nam mij niet altijd mee. De laatste keer dat ik meeging werd een ervaring die ik nooit meer zou vergeten. Die dag veranderde er iets in mij, iets wat mij diep raakte, een gevoel waarvan ik mij uit alle macht wilde verlossen.

Bij de vriendenclub zat een jongeman, hij zat mij een beetje te plagen en ik hield wel van een dolletje, dus ik grapte er lekker kinderlijk op los. Ik zag het als een leuk spelletje en we deden wie er het beste ongemanierde woorden kon verzinnen. Die uitdaging ging ik natuurlijk met veel plezier aan en ik sloofde mij lekker uit. Ik kon nu ongegeneerd er lekker op los brullen. De platte woorden floepte omstebeurt om onze oren Als laatste was ik aan de beurt om een grof woord te verzinnen en Ik moest even nadenken en uiteindelijk vond ik er eentje, waarbij ik normaliter gelijk mijn mond had moeten spoelen. Gierend en enthousiast gilde ik:”klootzak!”, waarop hij vervolgens vreselijk moest lachen en ik lachte blij en trots mee, want dat was wel een hele heftige uitspraak voor mijn doen. Ik giechelde nog wat na en tegelijkertijd nam ik een slok van mijn cola en proestte het er onbedoeld weer net zo hard uit zodat de lading per abuis, gedeeltelijk in zijn gezicht terecht kwam. Door mijn onhandige spontane lummelige reflex rende ik giechelend door de tent. Hierdoor rende hij mij achterna en zo ontstond er een leuk schouwspel waarin ik de rol van de muis vertolkte. Wat had ik een plezier.

Ondertussen waren de andere grote jongens en Pascale  bezig en vermaakten zich met andere dingen terwijl zij met hun pot bier aan de bar stonden. De jongeman die mij achterna rende en mij uiteindelijk oppakte, rende met mij op zijn rug naar buiten. Ik was nog steeds helemaal in mijn sas en genoot van dit leuke spelletje. Hij zette mij op de grond en hield mijn hand vast. Vervolgens zei hij tegen mij: oh, ik moet je iets heel bijzonders laten zien, loop je even mee? Tuurlijk, waar dan? antwoordde ik nog nieuwsgierig en enthousiast, dat wilde ik natuurlijk wel zien. Hij zei: “kom maar achter mij aan dan dat laat ik je het zien.” Hij liep voorop en hij hield mijn hand nog vast en trok mij achter zich aan. Ik was wel benieuwd naar iets bijzonders en ik liet mij leidden tussen de bomen door naar een afgelegen plek achter de barakken. Ik keek om mij heen en ik zei: maar waar is het dan? Ik zie nog steeds niets leuks. Hij trok mij verder aan mijn arm achter zich aan. Uiteindelijk belandde wij ergens diep in het bos op een grasweide tussen de hoge bomen. Ga maar hier zitten, zei hij op een rustig toon. Bijna fluisterend zei hij: “ik laat het je nu zien,” Ik volgde en ik ging zitten tussen de verdorde bladeren en takken van een gedroogde greppel, die in deze omgeving in overmaat aanwezig waren.

Ik begon mij steeds ongemakkelijker te voelen, want ik zag nog steeds niets bijzonders. Opeens ging hij voor mij staan en hij trok zijn broek langzaam omlaag. Ik schrok en ik deed in een reflex mijn handen voor mijn hoofd. De jongen zei: kijk! Heb je dit wel eens gezien? Ik bleef mijn handen stijf voor mijn ogen houden, want ik voelde nu dat dit iets was, wat ik niet wilde zien. Dit aanzicht stond wel heel erg ver weg van mijn eigen visie over, wat leuk en bijzonder was inhield. Hij beval mij te kijken en hij trok mijn handen van mijn gezicht.

WORDT VERVOLGD!